05 nov, 2019

Er is al genoeg serieuze architectuur

Interieurarchitect Dries Otten heeft het gehad met serieuze ontwerpen die te veel rekening houden met ieders mening. Say hello to kleur en frivoliteit in een strak kleedje!

Naast interieurarchitectuur specialiseert Dries zich ook in tentoonstellingsarchitectuur. Qué? Waar de curator verantwoordelijk is voor de inhoud van een tentoonstelling focust Dries zich op het traject waarin dat verhaal verteld wordt. Welke wanden, verlichting en zelfs kleuren doen een tentoonstelling beter tot hun recht komen?

Het is net die focus op inhoud die Dries ook meeneemt in zijn architecturale visie. Eén van zijn nog niet uitgevoerde plannen kan je vinden en kopen op UGLY.BE (appartement Grote Steenweg). Tijd voor een gesprek!

De beleving staat centraal

Hoe definieer je jouw stijl?

Dries: “Ik werk graag met frisse materialen en kleuren. Die combineer ik tot een strak geheel met een frivole toets. Ik test graag nieuwe materialen uit en ik schuw daarbij ook geen goedkope materialen. De kunst is om telkens tot een knap resultaat te komen. Dat heet ook wel crisisarchitectuur. Ideaal voor jonge mensen. Denk bijvoorbeeld aan het super populaire multiplex. Intussen ben ik al wel op zoek naar een alternatief. Ik maak graag een verhaal. Net omdat ik zoveel bezig ben met scenografie richt ik me graag op de beleving in al mijn ontwerpen. Hoe kan ik een bepaalde ruimte nog beter maken?

Mensen nemen zich vaak erg serieus, maar ik wil net fris en vrolijk zijn. In het modernisme vlak na WOI gingen mensen ook experimenteren en spelen met motieven en kleuren. Dat doe ik ook graag. In de Buchbar in Antwerpen heb ik bijvoorbeeld de achterste hoek helemaal bekleed met gele stof. Daardoor trek je de aandacht naar achter. Bovendien werd het zo ook akoestisch een stuk aangenamer. Dat onderdeel vergeten mensen vaak, maar het maakt een ruimte net gezellig.”

Eigenheid zoeken

Hoe is jouw traject gelopen?

Dries: “Ik wilde doodgraag kunstschilder worden, maar dat stootte op heel wat protest bij mijn ouders. Als compromis ben ik schilderijen beginnen restaureren. Een stiel die toch dicht aanleunde bij wat ik wilde doen. Tijdens mijn studie besefte ik algauw dat des te beter ik mijn job zou doen, des te onzichbaarder ik zou zijn. Je stelt je altijd ten diensten van iemand anders.

Na enkele reizen heb ik bij vrienden in Frankrijk een Chambre d’hôtes verbouwd. Terug in België ben ik in de schrijnwerkerij beland. In dat atelier leerde ik jong afgestudeerde architecten kennen. De puzzel viel in mekaar. Ik ben afgestudeerd toen ik 28 was en heb me de eerste twee jaar volledig gefocust op het uitwerken van mijn eigen portfolio. Die sloeg aan bij de B-Architecten en zo heb ik ook meegewerkt aan de realisatie van het MAS. Enkele jaren geleden was de tijd rijp om voor mezelf te beginnen. Sindsdien doe ik veel privé-projecten en werk ik ook vaak voor cultuurcentrum De Warande in Turnhout.”

Compromissen zijn kleurloos

Wat zijn je grote uitdagingen?

Dries: “Je werkt natuurlijk toegepast en daardoor hou je rekening met de wensen van de klant. De kunst bestaat er vooral uit om geen compromis te maken, maar wel tot een voorstel te komen waar zowel klant als ik laaiend enthousiast over zijn. Aan de andere kant lokken mijn ontwerpen net een bepaald type klanten dat ook iets anders wil.

En natuurlijk het budget. Particulieren vinden het altijd moeilijk om een budget te geven terwijl het net gemakkelijker is om dit vooraf te weten. Ook in het zoeken naar creatieve oplossingen steek je tijd. Dankzij de tentoonstellingsarchitectuur kan ik natuurlijk wel veel materialen tijdelijk uittesten. Dan is het kwestie van de juiste klant te vinden. Het liefst creëer ik telkens iets nieuws i.p.v louter te kopiëren.”


Hoe ben je concreet te werk gegaan in het UGLY-pand?

Dries: “Mijn oog viel echt onmiddellijk op dit appartementsblok. Het brutalisme uit de jaren 70, daar hou ik wel van. Er is een duidelijke structuur waar het beton erg zichtbaar is. Het appartement zelf was tof, het uitzicht adembenemend, maar de living was nog te veel een hokje. Ik heb bij een tweede bezoek een betonboor meegenomen om de muren te testen. Door zowel in de balk als in de muur te boren wist ik dat het geen steunmuur was en dat we de living konden verruimen. Daardoor kreeg je ook overal licht.

Door dezelfde houten vloer door te trekken maakte ik de ruimte nog groter. Ik werk graag strak, en contrasteer dat met warme materialen. Marmer voelt vaak koel aan, maar het donkere emperador-marmer maakt het geheel veel warmer. De planten zorgen dan weer voor een grappige toets.

De slaapkamer mocht dan weer een echte cocon vormen. Gezellig weg van de wereld. Dat gevoel overvalt me trouwens nog telkens ik er kom. Je staat zo dicht bij de natuur. Rondom jou zie je enkel parken en lucht. Je zou er zo een amateur-weerman door worden.”

Bekijk het appartement van Dries Otten op UGLY.BE.

Wil je meer weten over Dries Otten?